Kinderbescherming


Het Verdrag inzake de Bescherming van Kinderen en de Samenwerking bij Interlandelijke Adoptie werd aangenomen in Den Haag op 29 mei 1993. Een samenvatting van de belangrijkste punten van het verdrag omvat:

HOOFDSTUK I: TOEPASSINGSGEBIED VAN HET VERDRAG

  • Beoogt ervoor te zorgen dat interlandelijke adopties in het beste belang van het kind zijn en hun fundamentele rechten respecteren.
  • Stelt samenwerking tussen verdragsstaten vast om ontvoering, verkoop of handel in kinderen te voorkomen.
  • Streeft naar erkenning van adopties die in overeenstemming zijn met het verdrag in verdragsstaten.

    HOOFDSTUK II: EISEN VOOR INTERLANDSE ADOPTIES 

  • Betreft adopties die een blijvende ouder-kindrelatie creëren. 
  • Stelt criteria voor adopties in de staat van herkomst en ontvangende staat, waarbij het beste belang van het kind en de geschiktheid van adoptieouders worden gewaarborgd.

HOOFDSTUK III: CENTRALE AUTORITEITEN EN GEACCREDITEERDE INSTANTIES

  •  Benoemt een Centrale Autoriteit in elke verdragsstaat om toezicht te houden op adoptietaken.
  •  Centrale Autoriteiten werken samen en nemen maatregelen om ongepaste financiële winst in adoptieprocessen te voorkomen.
  •  Geaccrediteerde instanties moeten bekwaamheid aantonen en op non-profitbasis opereren.

HOOFDSTUK IV: PROCEDURELE EISEN BIJ INTERLANDSE ADOPTIE

  • Geeft het adoptieproces weer, met betrokkenheid van rapporten, toestemmingen en goedkeuring van zowel de staat van herkomst als de ontvangende staat.

HOOFDSTUK V: ERKENNING EN EFFECTEN VAN DE ADOPTIE

  • Voorziet in de erkenning van adopties gecertificeerd door de bevoegde autoriteit in de staat van adoptie.
  • Erkenning kan worden geweigerd als het kennelijk in strijd is met het openbare beleid van een verdragsstaat.

HOOFDSTUK VI: DIVERSEN

  • Benadrukt geen financieel gewin uit adoptieactiviteiten.
  • Vereist snelle actie in het adoptieproces.
  • Adressen kwesties met betrekking tot vertaling, informatiebehoud en gegevensgebruik.

HOOFDSTUK VII: SLOTBEPALINGEN

  • Staten mogen geen voorbehouden maken bij het verdrag.
  • Stelt de toepassing van het verdrag op adoptieaanvragen ontvangen na de inwerkingtreding ervan vast.
  • Roept op tot periodieke beoordelingen van de praktische werking van het verdrag.

Het verdrag staat open voor ondertekening, ratificatie of toetreding door staten, met bepalingen voor wijzigingen, bezwaren en opzeggingen. Het trad in werking na de neerlegging van het derde ratificatie-instrument, en de depositaris informeert staten over verschillende handelingen, waaronder ondertekeningen, toetredingen, bezwaren en opzeggingen.

Scroll to Top

Wil je meer weten en op de hoogte blijven van alle ontwikkelingen? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief.